De grote aftakeling is begonnen

Zelfspot is een groot goed, jezelf niet al te serieus nemen. In dat kader maak ik graag melding van het feit dat de grote aftakeling begonnen is. Ik ben bijna 48 en val langzaam uit elkaar.

Ik loop rond met een peesplaat op rechts die vrijwel altijd ontstoken is. Dat komt ongetwijfeld door de voorste kruisbanden op links die missen en waardoor ik een ietwat verstoorde keten heb. De kniebanden scheurden af bij een potje squashen 20 jaar geleden. PENG, en weg waren ze.

Het leidt ook tot een drukpunt onder mijn linkervoet waar ik tweemaal een stressfractuur ervoer door te lang lopen op de verkeerde schoenen.

Het feit dat in 2020 een wielrenner over mijn voet reed, helpt ook niet. Het leidde tot ruim 5.000 kilometer hardlopen naar Santiago met pijn. Na het Molenhoeks Makkie afgelopen weekend is er nog een ontsteking aan de linker achillespees bijgekomen.

Mijn borstkas is scheef. Ik gooide een keer mijn MTB dwars omdat een auto voor mijn gevoel niet ging stoppen voor rood. Aldus knalde ik dwars op het paaltje met de drukknop van het stoplicht. Gebroken ribben, maar de auto reed inderdaad door dus had het erger kunnen zijn. Een grote zwarte vlek onder mijn oksel. Een belletje met de huisarts of het kwaad kan. Zolang ik geen bloed opgeef, is er niets aan de hand. Als ik ’s avonds in bed lig en omdraai, hoor ik de uiteinden van de ribben over elkaar raspen. Ik lig de rest van de nacht doodstil. Mijn ribben groeien niet helemaal normaal terug, aldus de scheve borstkas.

Ik heb twee pianotoetsen. Ik ben niet zo muzikaal en de meeste mensen weten niet wat ik bedoel. Als je heel hard op je snufferd gaat, bijvoorbeeld met je MTB dan val je op je arm. Het schoudergewricht krijgt veel te lijden en zelfs de banden van je sleutelbeen rekken op. Het gevolg is dat je sleutelbeen (in mijn geval beide) omhoog komt zetten. De banden houden de boel niet meer op de plek. Je kunt hem vervolgens induwen als een painotoets en dan komt hij weer omhoog.

Ik heb totaal verrekte enkel- en kniebanden aan weerszijden. Het is een goed ding aldus mijn tegelwijsheid, wat is opgerekt kan niet stuk. En wat stuk is, kan niet meer kapot.

De ergste keer was toen ik het schansrecord brak in Zoetermeer. De piste is wat saai voor gevorderden en aldus richtte ik me op het skivliegen. Ik kwam heel ver, daar waar de wachtrij voor de lift was. Door alle bedrijvigheid was de sneeuw slecht en er kwam een matje onderuit. Het matje waar mijn ski onder schoot waarna mijn knie verdraaide, zo hard dat iemand het aan de andere kant van de piste kon horen. In het begin ging het nog met de pijn, maar niet meer toen ik met vriendje Marcel om 3 uur in de nacht bij de EHBO zat.

Tijdens een skiongeval ook een mooi litteken opgelopen. Ik klap met een noodvaart tegen een boomstronk. Na enige seconden buiten westen de schade opmaken. Ski doormidden, skistokken krom, skibril nooit teruggevonden, skistok in mijn elleboog. Met enige moeite wrik ik hem los uit vlees en skijack. Prachtig rond litteken.

Mijn linkerhand is ook niet meer wat het geweest is. Op de basisschool word ik getackeld bij tikkertje. Ik kon toen al hard lopen. Ik val gestrekt vooruit met de linkerarm. De wijsvinger raspt twee meter over de tegels en van de vinger is niets meer over dan een gedoofde sigaar waar het bot uitsteekt. Tijdens een operatie maken ze er weer een vinger van.

De ringvinger komt tussen een deur. De top ligt eraf en wordt met 12 hechtingen weer aan mijn entiteit vastgemaakt. Helaas is de doorbloeding slecht, hetgeen lastig is met koude trails of poolexpedities.

De middelvinger breek ik als ik tijdens een potje straatvoetbal uitglijd en op mijn vinger, op de stoeprand val. Het eerste kootje splijt en door het losse stuk bot dat in de weg zit, kan ik mijn vinger niet meer buigen.

Mijn rechterhand is er beter aan toe. Enkel wat littekens die ik overhoud aan een crash met de MTB. Tijdens een wedstrijd in het Sauerland kan een Duitser zijn bocht niet houden waardoor ik eruit geduwd word en stuiterend over het asfalt vlieg. Enkel open, knie open, heup open, vinger open, pols open, elleboog open, schouder open, helm beschadigd.

Die keer was mijn hoofd veilig. Maar als je naar mijn hoofd kijkt, weet je dat dat niet altijd het geval was.

Tijdens een date val ik uit haar bed. Ze heeft een hoog bed, een soort bejaardenbed. Ik lig vast in slaap op mijn buik met de armen onder het lijf. Mijn benen glijden uit bed, waardoor mijn lijf momentum krijgt. Mijn hoofd slaat op de hoek van het plankje, alias nachtkastje, waardoor mijn wenkbrauw en neus beide opensplijten en een enorme snee vertonen. Het is een wonder dat mijn oog gespaard blijft. De huisarts vind het een slecht verhaal: avonturier verwondt zich door uit bed te vallen. Ze lijmt me weer in elkaar.

Toen ik klein was rende ik ook eens de oven in. Op mijn laarsjes kwam ik enthousiast de keuken inrennen en klapte zo pardoes over de openstaande deur van de oven, zo erin. Wenkbrauw gescheurd en het peesje waarmee je de bovenlip optilt doorgesneden. Ziedaar als ik moe ben de scheve bek, ik kan de bovenlip nog maar één kant opheffen.

Het helpt niet dat ik een keer met mijn hoofd door de garagedeur ben geklapt. Met mijn BMX crossfietsje scheurde ik de steile oprit af. Een keer in de zoveel tijd schiet je terugtraprem los en geeft mee. Dat is het geval en in volle vaart knal ik door de houten garagedeur. Twee snijtanden beschadigd. Beide worden afgevijld en zijn dus iets korter sindsdien.

Mijn voeten komen er redelijk vanaf. Eenmaal sta ik tegels af te bikken met een kango als er eentje met de punt in mijn grote teen valt. In eerste instantie heb ik het niet zo door tot ik constateer dat ik met mijn voet in een plas bloed sta. Een prachtige winkelhaak die wordt gelijmd, een dag later schaats ik de alternatieve elfstedentocht.

De MTB was vaker goed voor een val. In het donker rijd ik een duin af in Wassenaar als ik stuit op een tegenligger zonder licht. Ik trek naar rechts en corrigeer maar op de gladde stenen schiet mijn fiets onderuit. Ik kegel de bosjes in en een tandwiel zoekt zijn weg in mijn scheenbeen. Een grote lap vlees los en kettingsmeer erin. Met een schuurspons schoonrossen en lijmen de boel.

Ook rollerskaten is goed voor malaise. Ik val eens voorover en grijp me vast aan mijn zusje. Ze kapt me los en ik val voorover in een put. De ene spijl op de bovenlip, de ander aan bovenzijde neus. Het is een harde klap en ik heb geen tijd om af te weren met mijn handen. Sindsdien heb ik een deuk boven mijn neus.

Met klussen ging ik eens tegen een muur staan. Daar stak een schroef uit die zich vier centimeter in mijn rug boorde. Toen zat ik vast en moest me losworstelen van de muur. Prachtige jaap.

Klussen is sowieso een goede manier om je lichaam te mishandelen. Ergens ooit een stuk van mijn knieschijf afgemept. Het is elders weer aangegroeid maar nu kan ik niet meer goed op mijn knieën zitten. Lastig als je veel laminaat legt.

Ik sta in de ochtend niet op, ik kruip uit mijn bed en werk me via meubelen omhoog tot een min of meer staande positie. Het eerste half uur strompel ik over het laminaat alsof ik twee klompvoeten heb. Koffie en tijd hebben een helende werking. Steeds meer tijd en koffie zijn nodig.

Ik takel af. Maar mij hoor je dat niet zeggen, want als je het maar vaak genoeg zegt en herhaalt, ga je het nog geloven. Mannen worden steeds aantrekkelijker naarmate ze ouder worden, zeker ik. Markant, noemen we dat.

Ik ben een fitte jonge God met een goddelijk lijf. Zo staat het ook in mijn Tinderprofiel. Ik kan nog jaren mee. Tijd is goed voor mij. En koffie.

PS Had ik al gezegd dat ik mijn hele lijf kan uitleggen in röntgenfoto’s?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: