Een 3e plaats op de Schuitwatertrail na een epische race

De Schuitwatertrail alias Moerastrail. Een week terug is het dat ik door kiespijn niet kon starten op mijn 1.001k Megarace. Nu sta ik aan de start van een lokale trail in Nederland terwijl mijn race nog bezig is. Correctie: Nog bezig hoort te zijn, na 391 kilometer heeft de organisatie de race gestaakt vanwege het abominabele weer.

Feit is dat ik fit ben. Een renpaard dat briesend, stomend in de stal staat te verpieteren. Te fit voor mijn eigen welzijn, ik moet stoom afblazen. Waar beter dan op een moerastrail?

Aldus fiets ik totaal in the zone met Ipod in door heerlijke herfstbossen op mijn OVros van Venray station naar de theetuin waar de trail start. Ik ben zo in mijn element zat ik totaal mis dat Cor en Geraldine van Trailrunnen.nl middenin het bos met hun bus-met-opdruk me tegemoet rijden om ergens nog enkele bordjes op te hangen.

En herfst wordt het. De geelkleuren verdringen langzaam groen, de lucht zwanger van rottende bladeren, de hitte in de lucht vervangen door een heerlijke herfstfrisheid. Ik fiets door uitgestrekte velden en prachtige bossen over zandwegen. Na een terugreis van 14,5 uur met de Deutsche Bahn is iedere andere race een verademing om aan te reizen. Dit is een geniettocht met grote G voor alle zintuigen, herfstgeuren, herfstkleuren en de klanken van Fink in mijn oren. Vandaag is racedag.

Bij de start een veld van tot de tanden toe bewapende trailrunners. Gear is our thing. Dat is het leuke aan trailrunners, ze lopen met respect voor omgeving en lijf en komen behouden terug aan de meet.

We doorlopen het startritueel.
‘Goedemorgen, ik ben Cor’.
Wij scanderen: Goedemorgen Cor!
‘Bij de inschrijfbalie staat de charmante Geraldine’.
Wij scanderen: Goedemorgen Geraldine!
En zo gaat dat bij Trailrunnen.nl, familiair en gemoedelijk. Het gaat niet om tijden, maar om genieten en buiten spelen.

Daar bovenop heb ik mijn eigen motieven. Ik wil vandaag – sorry voor taalgebruik – helemaal naar de kloten gaan. Vandaag is tijd voor serieus racen, bloed, zweet, snot, tranen en euforie.

Na het aftellen vertrek ik dan ook als een kogel. Enige hilariteit als geroepen wordt mij niet te volgen. De vorige editie ging ik meteen rechtdoor daar waar ik links moest gaan… Nu ga ik goed. Gas erop.

Al vrij snel neem ik afstand van deelnemers twee en drie. De beentjes trillen van vorm. Ik heb genoeg gedronken en moet na twee kilometer plassen. Terwijl ik in de berm sta, zie ik de nummer twee naderen, Marcel.

Marcel is een lange kerel met een efficiënte loopstijl. Ik ken zijn gezicht want ik heb 17 van de 19 groepen van Start2ultra voor me gehad voor een expertsessie over voeding en vocht.

Ik ren voor Marcel uit naar het eerste wildhekje. Ik houd het open en met een weids gebaar maan ik hem er doorheen te rennen. Meteen neemt hij kop over, iets dat zich meermaals zou herhalen. Vanaf nu houden we de hele race hekjes open voor elkaar en wisselen daar van kop.

Na het hekje ontstaat een ritueel van steeds iets harder lopen en de ander pijn doen. Steeds een klein beetje gas bijgeven zodat de ander lijdt en net enkele meters moet prijsgeven voor het volgende wildhek.

Marcel zou later zeggen dat hij hoofdschuddend op zijn horloge keek en kometers zag van in de vier minuten. Iets dat hij nooit zou volhouden, maar  toch moest het gebeuren. Beide willen we niet prijsgeven en teisteren elkaar. Als we na de finish horloges naast elkaar houden, blijken we beide vrijwel de hele race in het rood gelopen te hebben.

De trail is fantastisch. Ik accelereer door korte bochten en  jakkeren over smalle single tracks. Soms aan beide zijden bloeiende heide. Het nummer ‘Time is running out’ in mijn oren, nog maar eens extra gas om mijn tegenstander te horen snakken naar adem. Tot ik het hekje openhoud en hij overneemt.

We jakkeren vliegensvlug achter elkaar aan door dicht gebladerte. Adrenaline en euforie tekenen ons gemoed. Bij ieder hekje een grijns omdat je even je vermoeide tegenstander wil imponeren en tegelijk zijn vermoeide snufferd wil zien.

Halverwege de race passeren we de verzorgingspost. Beide laten we hem zonder aarzelen links liggen, wij zijn aan het racen, geen tijd voor, door.

Op ongeveer 11 kilometer last van mijn maag. Ik moet uit de broek. Noodstop in de berm, bam lozen en dan moet de bos varens voor mijn neus eraan geloven en trekt aan het kortste eind. Uit ervaring weet ik dat varens geschikt zijn voor dit doeleinde. Straks bij de finish Cor maar een high five geven met links.

Snel de broek omhoog en de achtervolging inzetten. Mijn mattie heeft een meter of 200. Jagen. Accelereren in de bochten en hopen dat je alles een fractie sneller doet dan je maat. Dat is het geval en ik loop langzaam in, maar zit totaal in het rood. Tof dat hij toch weer wacht bij het volgende hekje ondanks de 150 meter afstand. Ik pak hijgend, briesend de kop over en murmel dat ik uit de broek moest. Hij was benieuwd wat er was gebeurd.

Ik laat hem in een klim van mul zand al snel passeren. Hartslag te hoog. Zou corona nog een rol spelen? Een snelle 20 is echt iets anders dan een slome 1.001k. Zelfs een slome 20k is iets anders dan een slome 1.001k,  maar dat terzijde. Deze knuppel heeft alleen lange duurlopen gedaan. Als hij zijn loopschoenen aantrekt, begint hij al vet te verbranden. Nu loopt hij op die andere, ongetrainde verbrandingsmotor die suikers verbrandt. Maakt niet uit, vastbijten in die kuiten… maar langzaam loopt hij van me weg.

Een heerlijke stortbui op ons. Binnen minuten dooweekt en nu lopen we door diepe plassen te plonzen. Ik hou ervan. Steeds verder loopt hij van me weg. En toch ik zie dat ook bij hem het beste eraf is. Als ik gas bij geef, loop ik weer wat in. Hij raakt niet echt weg.

Zo blijven we elkaar opjagen, tarten, maar ook de goede weg wijzen. Eenmaal mis ik een pijl en fluit hij over mijn Ipod heen, eenmaal wil hij rechtdoor en maan ik hem rechts te gaan. Sportiviteit en rivaliteit gaan hand in hand.

Na 16 kilometer is bij mij de tank leeg. Mijn toiletstop doet de benen trillen, ik heb brandstof nodig. Verlangend kijk ik uit naar Geraldine die me eerder voorzag van een mixed grill, een combinatiebak van skittels, chocolade, chips, winegums en andere heerlijkheden.

Ik sleep me door de laatste kilometers en haal vier lopers van de 10 kilometer in. Als ik door de laan naar het theehuis loop, word ik ingehaald door de nummer 3, alsof ik stilsta. Doodgaan is een kunst die ik beheers. Strompelend de finish over.

Eerst een bearhug met mijn tegenstander. We grijnzen van oor tot oor en hebben elkaar vandaag tot hoogten gestuwd. Wilden beide niet toegeven en bleven pushen in elke bocht. Misschien was dit wel de leukste trailrace van mijn loopbaan, zo gelijk ging het op. In ieder geval stap ik na mijn mixed grill totaal euforisch met een bloedsmaak in de mond op mijn OVros voor de terugreis. Ook mooi om te zien hoe ik met een cadans van 179 bijna de perfectie van 180 benader. Het bewijst dat ik de afgelopen weken goed getraind heb op weg naar mijn grote race.

Schuitwatertrail wat was je heerlijk!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: