De kunst van het liften in een sneeuwstorm, met een serial killer

9 december. Dag 115. B&B A Mil Metros Boltaña, Huesca – Hotel Xabier Javier 10k. Totaal 4.052k.

Tot in de kleine uurtjes praten voor de houtkachel. De luiken dicht. De wind buldert en sneeuw waait in vlagen rond het huis. Mijn minibreak is over. Het was goed om hier drie dagen te rusten en herstellen. Pas als je loslaat, komt de vermoeidheid boven.

Na een aantal koppen koffie, brengt Lou me naar Boltana in het dal. Zelf gaat ze koffie drinken een dorp verderop. Ik neem uitgebreid afscheid van Blue, de Australian Shepherd met één azuurblauw oog. Een sterke hond die zijn krachten niet kent en die door de vele werkstudenten die hier aan het huis werken en vertroetelen, steeds opnieuw om aandacht komt vragen.

Voordat we in de fourwheeldrive stappen, vult Lou de generator bij en ik maak de zonnepanelen sneeuwvrij. Terug in de auto gooit Lou zwoel de haren in de nek en vraagt me: ‘Hoe vind je mijn nieuwe geurtje? Diesel-ninety-five van J’adore!’ Ik houd van ze: outdoormensen. Lou begint haar dag met het bijvullen van de generator, dat is wat anders dan trutten in de badkamer.

Met de dikke zwarte Wrangler manoeuvreert ze probleemloos over de smalle, besneeuwde blubberweg die naar de weg leidt. Eenmaal daar een hond met een dikke zender op de rug en een zwarte pickup die hem achtervolgt. Een jachthond die gebruikt is bij de drijfjacht en die vervolgens met stuiterbalogen van de adrenaline weigert weer in te stappen.

We helpen en proberen samen met de jager het dier te pakken te krijgen. De kerel heeft echter nog nooit iets met honden gedaan want hij loopt er dreigend, gebukt, als een hunchback van de Notre Dame opaf. Eerste keer dat ik een hond het hazenpad zie kiezen. We kijken hem hoofdschuddend na; succes knul.

Ik geef aan dat het begin van het dorp perfect is voor een lifter, maar Lou dropt me middenin het dorp bij het busstation, volgens haar de perfecte plek. We nemen hartelijk afscheid en ik kom snel terug om hier aan mijn en haar boek te werken.

Daarna loop ik direct terug naar het begin van het dorp. Liften is een kunst. Liften is mijn kunst. Faire du stop, hitchhiken, trampen, reizen met de duim omhoog. Achter liften zit een heel gedachtegoed, een filosofie. Het heeft wel iets weg van het vinden van water in de Bush door Aboriginals, een kunst die langzaam verloren gaat. Ook het liften raakt steeds meer uit de gratie. Het is iets van vorige generaties, zeker nu corona speelt en mensen – volgens mijn eerste liftgever vandaag – steeds wantrouwiger zijn.

Allereerst is de plek cruciaal. Je moet goed te zien zijn; beste maar zelf vol in de zon kijken in plaats van de automobilist anders kun je het vergeten. De auto’s mogen niet teveel snelheid hebben, dus liefst bovenaan een helling staan. Belangrijk dat ze lang zicht op je hebben zodat ze kunnen wennen aan het idee iemand mee te nemen. Er moet voor je, dus niet achter je, een strook zijn waar ze makkelijk kunnen stoppen. Dus niet op de rijweg, maar ernaast.

Belangrijk is dat er geen afleiding is in de vorm van prikkels – mensen, winkels, lichten, verkeer, kleuren, honden of anders – zodat de bestuurder enkel oog heeft voor jou en de weg, en dus zonder afleiding jou kan bekijken, inschatten en evalueren om vervolgens als de beslissing genomen is, veilig de auto voor je neus tot stilstand te brengen.

Dit is de reden dat ik niet bij het busstation ga liften; het is middenin het dorp, aan een drukke straat, zonder veel stopmogelijkheid en dus heb je geen tijd om me in te schatten en is doorrijden makkelijker.

Daar komt bij dat er nog zijwegen komen, en eventuele afslagen. Er is ruis. Als je aan het eind van het dorp staat is er geen twijfel; de weg van lifter en liftgever vallen samen. Weer een prikkel weg zodat de bestuurder rustiger kan bedenken of hij deze seriemoordenaar aan boord neemt.

Aldus sta ik goed en word vrijwel direct meegenomen. Een grijze man in een grijze auto. Ik stel me altijd direct voor om de spanning uit de lucht te nemen: ‘Me Juan de Ollanda, no hablo Espagnol, haha’. Werkt goed. De Fransozen zeggen meteen hun naam gevolgd door enchanté, ofwel aangenaam kennis maken.

De kerel die me meeneemt loopt over van de humor. Hij gaat helemaal naar Jaca waar ik doorheen moet. Ik vraag of hij van zijn werk komt en hij antwoordt direct, zonder enige aarzeling:
‘I come from therapy, I am a serial killer.’ Hij kijkt niet op of om en blijft stug vooruit kijken. Gezellig. Hij vervolgt pas na seconden: ‘No, I am not. … Not yet.’ De lolbroek!

Ik besluit er maar in mee te gaan en geef aan dat ik niet moord, ‘I Just seriously beat up the guys that take me’. Een griffel van zijn kant. Ik ben veel gewend, maar dit is voor mij buiten de comfortzone. Vooral omdat hij zegt dat hij nauwelijks Engels spreekt, maar wel meteen zonder moeite woorden als serial killer, apathy en anonimity in de mond neemt. Hij spreekt uitstekend Engels. Hij blijkt arts en daarna ontspant het gesprek.

Na het dorp Fiscal rijden we door een tunnel van 1,6 kilometer en belanden aan de andere kant in een gigantische sneeuwstorm. De weg staat wit, zeker dertig centimeter op daken en hij moet de kop erbij houden.

Eenmaal bij Jaca moet hij even zijn keuken inspecteren waar bouwvakkers in de weer zijn, daarna kan hij me in het centrum afzetten bij de juiste afslag. Zo zit ik enkele minuten alleen in de auto in zijn parkeergarage terwijl hij zijn Poolse klussers inspecteert. Hij zet me netjes af bij de juiste afslag en bedankt me uitvoerig dat hij zijn Engelse conversatie met me mocht oefenen. Vreemde vogel. Blij met het Victorinox-vlijmscherpe-zakmes dat Bart sponsorde. Als deze serial iets had willen killen, had ik hem dun geschild.

Inmiddels heb ik een probleem. Sneeuwvlokken ter grootte van tennisballen dalen op de wereld neer. Bermen zijn dichtgesneeuwd en daarmee zijn liftstroken onzichtbaar of onneembaar geworden. Bovendien zie ik eruit als een besneeuwde yeti en ga dus auto’s in potentie nat en vies maken. Allemaal redenen om mij NIET mee te nemen. Ik zoek dan ook extra goed naar een plek, in dit geval een autogarage met een plein ervoor.

Nu is het kunst iets extra’s te brengen zodat je wordt meegenomen. Ik gooi het op een ‘beroep om empathie’. Steeds als er een auto komt dans ik van het ene op het andere been alsof ik het gruwelijk koud heb; duidelijk is dat ik zielig ben. Ondertussen veeg ik wel steeds alle sneeuw van mijn jack en schouders zodat ik er onberispelijk uitzie. Hitchhiken is pure art…

Sergio stopt vrijwel meteen. Hij gaat naar Santa Cilia waar ik doorheen gelopen ben, een gehucht net na Jaca. Hij flikkert alle groenten en fruit die voor mijn voorstoel staan, op de achterbank en heet me hartelijk welkom. Sergio is een halve hippie. Hij rijdt veel te hard met zijn oude barrel, maar lol hebben we. De N-weg is totaal dichtgesneeuwd en het duurt niet lang voordat Sergio in een slip raakt.

Hij zigzagt over de weg als aangeschoten wild. Gelukkig constateer ik dat hij matig stuurt, dus geen overstuur, waardoor het voertuig na enkele zwenkingen terug komt in de baan. Ik klap hard en roep dat ik naast Max Verstappen zit. Sergio giert van het lachen. Ik heb net gezegd dat sport, het vertellen en schrijven erover, mijn beroep is. Sergio brult enthousiast: ‘Extreme sports! Haha!’ Dat zegt ie wel,maar ik hoor zijn hart met 200 uit zijn borst kloppen. Niet veel later een nog heftigere slip. Gelukkig is er geen hond op de weg, rijden we dertig en raakt hij hooguit paaltjes. Hij zet me af in het dorp en we nemen hartelijk afscheid, Max Verstappen en de pelgrim.


Vanuit het dorp kan ik de N-weg of de snelweg nemen om te liften. Ik kies voor de snelweg daar is vast meer verkeer. Helaas, er is geen hond die de weg op gaat. This is Aragon, man! Nothing happening. Ik loop terug naar deN-weg. Beter maar lopen en de duim op bij elke auto, dan doe je iets en bevries je niet.

Na vier kilometer neemt auto één me mee naar Puenta Reina de Jaca. Het is maar 2,4 kilometer maar dat is voor een voetganger-in-sneeuw een half uur.

In het dorp geen hotel open en ook niemand die stopt. Een punt waarop ik moet gaan beslissen wat de koers wordt anders strand ik nog in een of ander gehucht zonder voorzieningen.

Gelukkig stopt Pedro met zijn jeep. We wisselen dorpen uit door zijn open raam, maar komen er niet uit. Hij is helder: Ik ga naar Pamplona. Kijk, daar kan ik iets mee, dan kan ik uitstappen bij Javier waar ik ooit liftend dit minibreakje ben begonnen drie dagen terug.

En zo geschiedde. Pedro zet me in de zeikende regen af in Yesa af. Ik jog de vijf kilometer naar het hotel waar dit miniavontuur begon. Terug bij de basis! Vriendelijk groet ik de receptioniste van begin zestig die me meteen herkent. ‘Graag een nachtje in een kamer met warm bad!’

Het hotel is dicht…

Ze pakt me bij de arm en leidt me het hele restaurant door naar een straalkacheltje. Vind ik niet erg want ik ben nat, verkleumd, koud en krijg accute reuma. ‘Momento’, zegt ze.

Een kwartier zoek ik naar andere hotels in de buurt voor de kachel. Eentje. In Sanguesa, dat op de route ligt, op acht kilometer. Na een kwartier wil ik verhaal gaan halen, maar besluit het los te laten. Vertrouwen moet ik hebben.

Vlak daarna komt ze met een moeder en haar dochter. De dochter spreekt vloeiend Duits want heeft jaren in München gestudeerd. Er zijn twee opties. Het hotel is dicht. De receptioniste gaat terug naar Zaragoza en ik kan meerijden en daar iets boeken.

Tweede optie is dat ik een sleutel krijg van het hotel – zeker 50 kamers – en dan ben ik vannacht als enige in het hele hotel. Ze komt me dan vanavond om acht uur pasta brengen en morgenochtend om negen uur ontbijt. En vertekt dan pas morgen naar Zaragoza.

Ik sta totaal verbouwereerd over zoveel goedheid. Natuurlijk heb ik graag het hele hotel voor mijzelf vannacht. Terwijl de receptioniste me incheckt, vraagt mijn Duits sprekende vriendin wat ik het mooiste vind aan de Camino.

Wat anders kan en mag ik antwoorden dan de lieve mensen, die zoals nu weer, mij ongevraagd helpen en geen moeite uit de weg gaan om me een fijne tijd te bezorgen? We lachen allemaal. Ik met tranen in mijn ogen, terwijl ik met mijn sleutel mijn hotel betreed.

Tijdens het bord pasta legt mijn goede fee uit dat het een familiehotel is en dat iedereen twee dagen vrij heeft vanwege dat gelopen feestdagen van zaterdag tot woensdag. Alleen zij loopt hier of rond met pasta voor een verregende pelgrim…

Mensen deugen. Morgen weer veertig kilometer rennen. Hasta mañana

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: