Van totale euforie naar totale frustratie; er gebeurt iedere dag iets op de Camino

3 december. Dag 110. Hotel Jolio Jaca – Auberge Arres 25k. Totaal 3.981k.


Telefoon voor de zoveelste keer vol. In het begin van het project crashte de Samsung. In de nood werd een Cat-phone aangeschaft, een zogeheten ruggadized telefoon voor mensen die in de bouw werken. Een apparaat dat tegen een stootje kan.

Klinkt goed voor een pelgrimage. Edoch, bouwvakkers hebben geen goede camera nodig blijkbaar en het ding dat hier op zit, kan nog geen berg van de lucht onderscheiden. Dat is aan de ene kant jammer, aan de andere kant merk ik dat fotograferen minder prioriteit krijgt daardoor. De focus ligt meer op zelf ervaren, dan door de lens ervaren, en dat is voor een pelgrim zo verkeerd nog niet. Bovendien kan ik vaak de schoonheid van het landschap op geen enkele wijze delen in tweedimensionale plaatjes en dat frustreert.

Daarnaast heeft het apparaat het intern geheugen van een vroegere 3,5 inch diskette. Sinds de aanschaf mekkert hij dat apps en foto’s eraf moeten, alles moet eraf. Aldus schafte ik een geheugenkaart aan.

Het installeren heb ik twee maanden uitgesteld. Dat gaat nooit in één keer goed immers. Maar de wet van de aantrekkingskracht zegt dat als je er zo tegenaan kijkt, je krijgt wat je aanzuigt.

Aldus zet ik al mijn foto’s over op geheugenkaart. Als dat gelukt is, ziet het apparaat de foto’s niet meer en de geheugenkaart moet geformatteerd worden. Als er al foto’s opstonden, zijn ze nu alsnog foetsie. Ruim 2,9 gig aan beelden is verdwenen. Gelukkig heb ik een reservekopie op enerzijds Google en anderzijds mijn WordPresswebsite. Je moet niet te afhankelijk worden van devices die met je aan de haal gaan. Ruim een uur trutten voordat een en ander werkt.

De tweede stop is bij het tourist office. Een behulpzame dame kan me vertellen dat er een Auberge open is in Arres op 25 kilometer, anders had ik vandaag 66 moeten lopen. Er zit hier weinig. Tevreden hobbel ik Jaca uit, de Camino op.

De stad is omringd door hagelwitte toppen tegen een blauwe hemel. De hele dag spelen wolken hun spel en laten de meest prachtige formaties zien. Schuimige pluiswolken hangen als kegels om de toppen en verraden ijsdeeltjes in de atmosfeer. Hagelwolken. Het is dan ook de hele dag bitterkoud en de stevige wind staat recht op de snufferd.

Onder me kraakt de Camino, een karrenspoor dat de hele dag links van de weg meandert en waarvan de bodem een krokante laag van ijs en sneeuw laat zien.

Vanaf Jaca volgt een brede vallei, een plateau, naar het westen, tussen twee reeksen met toppen aan noord- en zuidzijde. De schaal van het landschap is grotesk. De vallei is zeker tien kilometer breed en zowel oost als west kun je tientallen kilometers ver kijken en topjes spotten. De wind jaagt wolken langs de hemel die spectaculaire schaduwpartijen op het aardoppervlak achterlaten.

Alles is puur; de scherpe wind, de frisse lucht in de neus, de fonkelwitte toppen, de helblauwe hemel, de gelige vallei, de groene bomen, het felrood van mijn jas. Het licht kleurt alles een fractie intenser dan het al was. Ik moet denken aan een prachtig gedicht dat Schots natuurschoon aan de kaak stelt en diezelfde snaar raakt.

The Wanting

I want to walk quiet
My feet swishing through dewy gale
In a distant glen
Where the budding birches shimmer
Along a busy burn
And an early eagle spins the world
On a wing’s turn

Heaven to me is a curlew morning
In the sun-strong hills.
There stiffened senses can stretch
And a lark-heart soar,
There, some start to salvation,
Away from the claustrophobic World
And its iron-studded doors.

Touch old earth for it yields new dawns.
Laugh like a running child.

No wonder Christ was led to a mountain top
And offered the world free.
I wouldn’t have it either, but
It, alas, has me.

Bron: The Last Hundred Munroes, Hamish Brown

In Santa Cilia is een fijn veldje ingericht voor pelgrims. Enkele picknicktafels onder de beschutting van een grote boom met daarnaast een kraantje voor water met een ingemetselde steen met Jacobsschelp.

Even genieten in stilte van mijn brood en water. Tot een schoolklas vrolijk naar buiten komt met drie leraren. Ze hebben versiersels gemaakt voor in de boom voor kerst en Sinterklaas en komen de boom om me heen optuigen.

Je zou zeggen een vrolijk tafereel… maar de kinderen, niet ouder dan zes, dragen allemaal mondkapjes. Buiten in de wind. Ik merk dat een immense boosheid en verdriet zich van mij meester maken.

Gisteren nog zag ik een Zweedse politicus in een documentaire die zei dat er niet één kind was omgekomen in het eerste jaar van de pandemie, en kinderen waren daar vrijgesteld van mondkapjes.

Dan hebben we aangetoond dat er buiten nauwelijks tot geen besmetting is. Het betreft hier een dorp in de Spaanse vergetelheid, als iemand corona heeft, weet iedereen het en kun je altijd nog navenante maatregelen treffen.

Tenslotte kunnen kinderen hersenbeschadiging krijgen omdat ze later doorhebben dan wij volwassenen dat ze zuurstoftekort hebben.

Hou op, hou op, hou op met deze waanzin. De verantwoordelijke volwassenen moeten we een jaar met integraalhelm laten rondlopen. Laat deze hummeltjes kind zijn, zeker als er vijf redenen zijn om géén kapje te hoeven dragen.

Ik vlucht weg, met staart tussen benen, als enige zonder kapje. Een docent roept nog ‘buen Camino!’ maar ik kan alleen maar denken aan Ronald Naar, onze klimmer die zo mooi zei: ‘Sommige mensen zijn zo bezig hun angsten te ontlopen, dat ze vergeten te leven.’

Ook in het leven van een pelgrim komt de waanzin soms tot op de Camino. Snel door naar de volgende bocht waar weer stilte en sereenheid heerst. Ik heb zin om keihard te janken. Het gevoel dat de wereld gek geworden is.

Is pelgrimeren een vorm van vluchten? Ja! Zeker wel, deze pelgrim vlucht. Weg van de waanzin. Wie gaat het tij keren? Ons zeggen dat we totaal zijn doorgeslagen, dat de dood bij het leven hoort, de impasse doorbreken? Voorlopig blijf ik weg, wil ik oplossen. Connie Palmen nam het woord Erlosungssehsucht in de mond, het verlangen om op te lossen. Die sensatie voel ik nu in iedere gevaccineerde cel…

En zo komen twee uitersten, natuurschoon en waanzin, in enkele minuten op je pad. Pelgrims zeggen dat de Camino iedere dag iets nieuws brengt. Ik beaam het. Ziedaar, ik blijf schrijven, de inspiratie droogt niet op.

Na het dorp volgt een sfeervol pand met restaurant. In Spanje kun je in de middag warm eten en dat bevalt uitstekend. Voor 14 euro een driegangenmenu met een fles water, wijn en een mand brood. Na een bord op Paella volgt een bord vol frites, lamskoteletten en repen paprika. Met volle buik rol ik terug de Camino op.

De middag bestaat uit een single track die na Puente la Reina de Jaca weg van de vallei, tegen de helling op voert richting het gehucht Arrest waar een herberg is.

Twee keer een adrenalinemoment. Adelaars! De ene keer vliegt hij voor me uit als hij opschrikt, de tweede keer terug als ik hem weer stoor. Twee keer te laat met de camera. Maar wat een gracieuze vogels… Een immense massa schouderspieren met daarboven een kop met felgele snavel. Statig vliegen ze op en met enkele trage vleugelslagen zijn ze op snelheid en zweven boven het dal. Alsof je de condor uit El Condor Pasa himself ziet wegvliegen. Dit was één van de favoriete LP’s van mijn moeder, grijsgedraaid.



De combinatie van deze immense vallei, de prachtige panorama’s met kristalwitte sneeuwtoppen en de spectaculaire wolkformaties met daartegen adelaars, maken deze pelgrim nederig. Ondertussen loopt hij op oude handelswegen en het voelt voor het eerst daadwerkelijk of je in de voetsporen van die duizenden eerdere pelgrims loopt. Iedere stap krijgt betekenis en lopen hier heeft lading. Bij ieder stap voel ik me meer verbonden. Bij iedere stap meer tekens aan de wand. Wat is dit ontzettend fijn!

Zo kom ik in Arres aan in het halfduister, een ruinedorp dat volstrekt verlaten lijkt. Alle ruïnes in dezelfde steensoort, een roestig bruin, tegen een decor van desolate bergen. Hier was Clint Eastwood met zijn gang, hier liepen Terrence Hill en Bud Spencer in hun hoogtijdagen, hier weerklonken de noten van Ennio Morricone.

Ik loop het dorp in en linea recta op de Auberge af. Nu is het zoeken naar de bar waar ik de sleutel krijg. Het is een volstrekt verlaten spookdorp. Ronddwalen levert uiteindelijk een uithangbord op van een Spaans biermerk. Ik loop naar binnen. Donker, maar licht in de keuken en de openhaard brandt. Ik ga maar aan de bar zitten.

Uiteindelijk een vrouw met het postuur van een bierton, meer haar op haar armen dan een Russische worstelaar en de looks van yeti. Ze doet het licht aan en dan schrik ik nog een keer. Wat ik wil? Ikke peregrino. Ze overhandigt me een sleutel en ratelt in het Spaans tegen me aan. Heerlijk. Ze spreekt geen enkel woord Engels.

Ik zit er inmiddels best aardig in. Maak eigenlijk makkelijk op dat ik links moet tot ik voor de deur sta. Er zijn drie verdiepingen en de slaapzaal is boven. Wat ik moet betalen? Er is een giftenbox, de herberg leeft van donaties. Waar ik de sleutel moet laten morgen? mañana? Sleutel in bus werpen! Eitje. Een biertje en pelpinda’s heeft ze ook en al snel staan er nog twee holbewoners naast me. Een gezellig gebeuren, Arres Aragones. De gedachte dat dezelfde mensen hier dag in dag uit, week in week uit, jaar in jaar uit, staan, moet je wegduwen.

Een kleine taalcursus van twee uurtjes gisterenavond heeft mijn taalgevoel gewekt. Daarmee is Italiaans naar de achtergrond – dat spreek ik voor 2 procent versus de 1 procent Spaans – en dus leuter ik op gevoel mee en dat vinden we allemaal leuk. De inboorlingen gaan voor de haard een soap kijken en ik tik aan de bar mijn blog. De wind beukt tegen de dikke stenen muren, de haard knettert en vele Spaanse klanken, waarin de R dominant is, schallen over me heen. Yo amo España.

@Elly, vandaag weer superblij met je warme muts met deze felle wind! Dank!

@Cobi, buurvrouw van mijn vader van 88, ik hoor dat je nog steeds elke dag meeleest. Super! Dat maakt dat ik elke dag weer zin heb om een stuk te schrijven over mijn belevenissen!

Salud!, zeggen ze hier dan, proost.

3 gedachten over “Van totale euforie naar totale frustratie; er gebeurt iedere dag iets op de Camino

  1. Ik kan je niet acuut helpen met je telefoon, maar als je terug bent mag je van mij een iPhone 8 hebben, opslag 256 Gb. Hij doet het nog uitstekend, het enige dat je moet doen is een nieuwe accu er in, de huidige is snel leeg, zijn max vermogen is nog maar 78% na 4 jaar gebruik. Dat kost 70-80 euro.
    Een gratis Apple-account geeft je ook nog 5 Gb gratis cloudopslag, voor een tientje per maand heb je 2T opslag, die heb ik nog niets voor de helft vol , en dat werkt allemaal probleemloos, als je dan ook ooit eens een goedkope 2e hands iPad koopt kun je daar makkelijk op werken en alles synchroniseren. https://www.apple.com/nl/icloud/
    Laar maar horen of je belangstelling hebt dan bewaar ik hem voor je, anders gaat ie voor (te) weinig op marktplaats.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: