Via wind, regen, hagel en ijswater naar A la Vie Douce

27 november. Dag 104. Hotel Les Comptes de Pardiac Marciac – Maison A La Vie Douce Vidouze. 32k. Totaal 3.810k.

Antibiotica hebben een negatieve correlatie met schrijfproductie en een positieve correlatie met vermoeidheid. Al dagen val ik na het lopen eigenlijk meteen uitgeput op bed neer met brandende ogen. Ogen die niet open te houden zijn. Ziedaar schrijfvertraging.

NB
– Ondertussen werkt mijn basiskamp gewoon door en toont de route op de pagina WHERE? Dank!
  – Voor de liefhebbers van bewegend beeld. Ik hoor dat sommige mensen dat missen, maar onderaan de site kun je door naar Instagram en daar zijn ook bewegende beelden te zien. Is voor mij praktischer als je vanaf locatie moet bijwerken

Marciac is een heerlijk stadje. Ik begin de dag met een bezoek aan een vegabiosupermarkt voor wat inkopen. De winkel heeft een associatie met grijs. De mensen die er werken ook. Alsof alle lol uit je leven verdwijnt als je gezond en veganistisch gaat eten. Wat is dat?

De man bij wie ik afreken heeft een grijze broek, trui, huid en haren als grijze draden. Het meisje dat gebukt de schappen vult ziet er uit als een geslagen hond met een hoofdband en stalen ringen in en aan haar gezicht.

Veganistisch heeft een marketingprobleem, het imago loopt achter op identiteit. Ofwel, er valt zeer veel positiefs over te zeggen, maar het wordt zo verrekte slecht aan de man gebracht. Ik ken aardig wat topsporters die floreren op een veganistisch eetpatroon. Zet die zo nu en dan eens in de winkel, die zien er toonbaar uit.

Afijn, bepakt en bezakt verlaten we het oord. Het is guur koud en er spectaculaire wolkformaties kleuren de luchten. Een genot om zo rond te struinen door bladeren en herfstpracht.

De etappe vandaag is niet zo lang. Overnachten in Mauberguet op 22 kilometer is een optie en daarna heel lang niks. Een tweede optie is tien kilometer verder op 32 kilometer een wat prijziger B&B. Eenmalig besluit ik daarvoor te gaan omdat het goed uitkomt qua dagafstanden.

In Mauberguet heb ik de tijd om eens straf te eten. Ik meld me in een kroeg en vraag of ze iets hebben. Moeilijk moeilijk, volgens het meisje. Dat snap ik niet goed. Frankrijk staat bekend om haar cuisine en iedere Fransoos die ik spreek eet ’s middags warm. Ze spreekt met de kok en ratelt dan iets tegen me aan. Ja, knik ik, terwijl ik roep dat het groot en veel moet zijn.

Niet veel later staat een dampende kom voor mijn neus met gekookte aardappelen, dikke wortelen en vlees met héél, maar dan ook echt héél veel vet eraan. Ik lach als een boer met kiespijn, maar duw alles naar binnen. Het is ondefinieerbaar, ik denk confit du canard. Niet te vreten. Maar het lijf heeft input nodig.

Eenmaal buiten begint het te regenen. Eerst zachtjes, dan harder en uiteindelijk hozen. Bij het politiebureau een afdakje waar ik regenbroek en stevig jack aantrek. Ze zien me klungelen en komen verhaal halen. Pelgrim trekt noodweerkleding aan. Het is afschuwelijk koud. IJswater plenst uit de hemel en mijn handen werken nauwelijks nog. Marcheren is het devies.

Met straf tempo door natte weilanden, uiteraard over kleipaden, plonsend door diepe plassen. Mijn handschoenen slaan door dus ik probeer de handen in de mouwen te trekken. De wind slaat voortdurend de capuchon van mijn hoofd. Water stroomt via de nek naar binnen.

Riep ik onlangs nog dat deze mazzelpelgrim maanden mooi weer had en dat verwachtingen over marcheren in koude herfstregen wegbleven, dan kan ik dat nu intrekken. Ik ben tot op het bod doorweekt als ik bij Maison La Vie Douce aankom. De gastheer is aan het werk in de tuin en roept of ik Jean ben en gebaart me naar binnen te gaan.

De gastvrouw staat in het centrale trappenhuis en heet me welkom. Ik mag mijn natte kloffie bij de haardkachel hangen. Of ik daarvoor wil zitten met koffie? Ze heeft me al opgezocht op internet en begint over de Marathon des Sables en andere projecten. Ze kijkt vertederd naar mijn rode mutsje. Ik merk op dat dat het mutsje van Elly is, maar ze weet ook al wie Elly is.

De wet van de aantrekkingskracht doet zijn werk weer eens. Ik boek het duurste en meest luxe onderkomen van mijn tocht op de koudste, natste, guurste dag. En ik kijk nooit op een app hoe het weer zal worden. De voorzienigheid is met mij.

Met rossig hoofd drink ik koffie in de immense leefkeuken, type houten tafel voor twaalf personen, veel balken, natuursteen, houten schouw. Zeg maar een Franse cliché-keuken. Mijn gastheer en-dame blijken Franssprekende Belgen die na lang werken en wonen in Luxemburg hierheen zijn geëmigreerd. Ze bestieren dit huis met drie gastenkamers en een gite. Hij doet nog wat fotografie erbij, portretten, huwelijken en sterren. Een mooie combinatie, hij heeft een sterrenkijker op het erf staan.

We voeren lange geanimeerde gesprekken over hondenbeten en honden. Mijn Frans is vloeiend en ze lijken het zelfs te begrijpen. We staan lang stil bij de vraag waarom we doen wat we doen, waarom ik op pelgrimstocht ben en ik zie een traan bij mijn gastvrouw. Allemaal hebben we onze rugzakken. Een heerlijke avond en we eten nog een kleine broodmaaltijd met Franse kazen met mijn medicijnen als excuus.

Het bad is een Frans badje type mini. Als ik op het zitje ga zitten komt het water tot mijn navel dus laat ik me er achterstevoren inzakken met de kranen in de nek en de voeten richting plafond en net risico dat ik er nooit meer zelfstandig uitkom.

Het is een prachtig en statig oud landhuis en ik ben er smoorverliefd op. Ik voel me de koning te rijk als ik tussen de witte lakens in slaap val. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: