Na glibberen door klei gestrand voor de grens door hevige sneeuwval



29 november. Dag 106. Ibis Budgethotel Pau Lescar – Fasthotel Oloron Hostellerie Poan Blanc. 43,5k. Totaal 3.897,5k.

Wanneer ben jij dan hier zo terecht gekomen? Dat is zo ongeveer de vraag die de receptionist stelt, als ik in de lobby koffie uit de automaat trek.

Ik leg uit dat ik incheckte met de automaat omdat er immers niemand was. Hij vraagt de oren van het lijf en maakt een diepe buiging als hij hoort wat ik doe.

Waar ik dan zoals slaap? Nou vanavond een hostellerie en morgen met zes in een slaapzaal in een gite op de Col du Somport. Is dat niet ingewikkeld dan met zes kerels in één zaal? Eh, nou nee, als ze niet snurken, gaat dat best. En sowieso ben ik in dit jaargetijde helemaal alleen, al dagen, en kan dan rustig aan mijn boek werken. Hij slaat zijn armen om zich heen en vraagt wie me dan knuffelt… De lieverd! Tijd om de biezen te pakken en weer een stukje te gaan hobbelen.

Met broodjes in de hand kom ik stroef op gang. Lescar, een buitenwijk van Pau, uit en de natuur in. Het is bewolkt, behalve in de verte boven de Pyreneeën. Besneeuwde toppen liggen als zoete suikerbroodjes te lonken in het licht. Ik snak naar ze, wil ze kussen, verorberen…

Alles om maar weg te zijn uit deze klei. 250 kilometer natte, dikke, stroperige, zuigende, gele, gore kutklei. Mag ik dat zeggen? Ja, na vandaag mag ik dat. Dagenlang heb ik als een evenwichtskunstenaar balancerend mijn evenwicht geprobeerd te houden om vandaag alsnog mijn slechte knie – zonder de voorste kruisbanden – te verdraaien.

Het gebeurde nog lullig ook. Overal had het kunnen gebeuren. De paden zijn een soort V-vormige uitgesleten geulen. Onderin stenen en boomwortels en stromend ijswater. Daar wil je niet lopen, dus dan kom je op de spekgladde scheve kanten en dan breek je voortdurend je nek in je pogingen overeind te blijven. Daar had het goed kunnen gebeuren. Maar nee…

Ik loop en moet over een grote waterbarrière. Standbeen goed ankeren, poles goed inzetten en dan als een pendule over het water zweven en op het andere been landen. Dat glijdt meteen weg en bij correctie verdraai ik de knie, verlies mijn evenwicht en val op mijn derrière in de plas. Ik voel me even geen avonturierend pelgrimselement maar een kneus met een natte reet en pijn aan zijn knie.

Zelden heb ik het zo gehad met klei. Klei is maar voor één ding goed: potten bakken. En verder moven met die zooi. Ik heb inmiddels vijf keer Limburgs zwaarste achter de rug en spierpijn op plekken waarvan ik niet wist dat ik ze had.

Ik wil alleen nog maar naar die verrekte Pyreneeën. Daar waar de grond vast stevig is en de sneeuw wit. Ze lonken naar me, maar het is een mobiele snoepwinkel die steeds naar achteren verplaatst. Heuvelrug, na heuvelrug, na heuvelrug en na 33 kilometer nog steeds het gevoel dat die krengen niet dichter komen.

Tijdens het plannen van deze etappe zei het boekje 38, maar méér dan 43 is de realiteit, zoals vaker. Dat betekent dan ook flink lang in het donker lopen. Vanaf Oloron Saint Marie mag ik nog tien kilometer door duisternis. Het begint te regenen en na verloop van tijd zie ik in de lichtcocon van mijn hoofdlamp dat het hagel en daarna sneeuw wordt. Dat mag ook want voor me doemt een immense bergkam op en inmiddels ben ik dan eindelijk echt tegen een berg aan het oplopen. Met dit weer gaat er vannacht nog veel meer sneeuw vallen.

Na tien kilometer in the middle of nowhere – het gehucht Lurbe-Saint-Christau – opeens een knipperende circustent. Mijn hostellerie is er eentje uit Disneyfilms. Honderden lichtjes knipperen in de duisternis en verder is er geen pand, mens of teken van civilisatie te bekennen. Binnen ook niet trouwens. Als ik één keer bel, komt er uiteindelijk een dame met weinig tanden.

Ik merk op het grappig al die lichten opeens in de duisternis en… Ze is hier duidelijk niet om te kletsen en gevoel voor humor is ook haar gave niet: ‘Oui, noel, ofwel ja, kerstmis.’ Kort en krachtig is ze wel waardoor ik snel in een bloedheet bad lig.

Een vriendin vroeg wat de guilty pleasure is van deze pelgrim na inspanning. Een heet bad met een glas wijn, maar gezien antibiotica twee koppen koffie. HendrikJan appte vandaag over een dorp met een wijntap op het dorpsplein voor pelgrims. Drinken we daar wel een wijn.

Morgen 44 kilometer naar de Col du Somport op 1.632 meter op de Spaans-Franse grens waar een gite staat in de sneeuw. In het Occitaans betekent som “top” en port “haven”; die woorden zijn afgeleid van het Latijn: summus en portus. Van eind oktober tot mei ligt er meestal sneeuw. Vriend Marcel zit in het Sauerland bij mijn vader en maakt me jaloers met sneeuwfoto’s. Morgen ben ik aan de beurt.

A demain!

Nawoord. Vanochtend het bericht van mijn gite dat de reservering is gecancelled wegens de hevige sneeuwval. Een en ander is niet per auto bereikbaar. Ik ben gestrand door hevige sneeuwval.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: