Rennen met steenbokken en pijnlijke pootjes

14 november. Dag 91 Gite Dela Tour Saint-Guilhem-le-Desert – B&B L’Ecrin d’Osely 41k Totaal 3.449k.

Oorverdovend. Zo ervaren Madeleine en ik het gesnurk één verdieping hoger achter muren en deuren. Het was een gezellig gezelschap van acht, maakte zeker tien flessen wijn soldaat en ettelijke flessen met zware bieren. Aldus is dit de consequentie.

Saint-Guilhem-le-Desert zou volgens het toeristenverbond wel eens één van de mooiste dorpjes van Frankrijk kunnen zijn. Nu landde ik vanuit de bergen in Menton, de parel van Frankrijk, maar dit dorp komt inderdaad meer in de buurt. In het dal ligt de Hérault en een zijarm heeft hier een scherp dalletje uitgesleten waarin het dorp zich genesteld heeft. Lange smalle straatjes lopen vanaf de gite omhoog, dieper het kommetje in. Overal oude pandjes, maar ik weet dat binnen het zomaar mooi afgestuct kan zijn met stevige balkenconstructies en een genot om te verkeren.

Op het lieflijke dorpsplein een immense herfstgele plataan en boulanger die tegelijk souvenirshop is. Ik koop een verzamelaarsmunt met de naam van de Jacobsroute erop.

Vanuit het dorp gaat het pad zigzaggend omhoog. Ik haal divers groepen in met klimtouwen. Dit is een paradijs voor kanovaren, speleologie, klimmen en hiken. Ik laat de groepen achter en ga alleen een andere kant uit op de Jacobsroute.

Alhoewel, alleen? Middenop het pad een grote steenbok met een immens setje hoorns. Daar kan ik zo op genomen worden. Achter hem passeert zijn roedel van dame en kinderen. Met zijn kom maant hij het kroost voorwaarts. Nauwgezet volgt hij mijn bewegingen. Uiterst beheerst trek ik mijn camera. Dit is een western, waar is Enio Morricone?

Ik zet enkele stappen dichterbij en schiet prachtige foto’s van dit imposante dier. Is het gek dat ik liever drie minuten in de aanwezigheid van sterkruikende steenbokken verkeer, dan in een lieflijk mooist dorp van Frankrijk?

Ik mag de dieren volgen en bij hen zijn in dit panorama van rotspunten en groen. Statig bewegen ze langzaam voort over de kam. Ik in hun kielzog.

Dan verlaat ik ze en klim door naar de col op 495 meter. Lijkt niet hoog, maar je kunt de zee zien liggen, Zeeniveau is niet ver, of juist wel.

Het landschap doet zich voor als Grand Canyon, een hoogvlakte met uitgesneden geulen waar water loopt. Het Parc Naturel regional du Haut-Languedoc laat zich kenmerken als machtig en imposant. Weinig menselijke activiteit. Woest, desolaat bosgebied.

Ik ploeg voort maar de voeten zijn bijzonder pijnlijk vandaag. In dit deel stortten ze een paar miljoen kilo stenen en zetten er een bordje bij ‘chemin’, pad. Het slingert inderdaad door de bush, maar het loopt lastig. Bergschoenen geven steun, HOKA’s niet en dan is dit vermoeiend voor de voetjes. Vooral als je dit honderden kilometers doet.

Het is niet de peesplaat, niet de spieren, maar de kapsels die boven over de voeten lopen. Ze geven een hevig stekende pijn af. Ik heb er al jaren last van. Waarschijnlijk reuma voor pelgrims die hun lijf maltraiteren. Ik heb een markante kop, een scheve bek (ongelukje), pijnlijke poten en mijn keten staat zo scheef als een gespannen boog. Toch loopt dit knaapje al 3.400 kilometer zonder voorste kruisbanden links. Och, zou dat de oorzaak zijn!

De pijn gaat in het kupke  zitten en zo geef ik af op pad, zwerfafval en het feit dat wandelen zo langzaam gaat. Toen de grote voorzienigheid geduld uitdeelde stond ik achteraan, toen nog wel, daarna niet meer. Ondertussen heb ik visioenen van een bubbelbad waarin ik wegzwijmel, een koud biertje en een voetmassage. Eentje voor iedere voet. Natuurlijk zijn het allemaal slappe excuses. ‘Rennen met je lamme kadaver’, zou loopmaatje Sabine scanderen.

En aldus pak ik weer momentum in de afdaling. Het is pijnlijk maar beter voor het gemoed want kilometers glijden gemoedelijk onder me door. Ook is het minder pijnlijk.

Ik passeer Arboras, een gemoedelijke nederzetting waar vrolijke, jonge, frisse mensen een zondagsmarkt optuigen op een pleintje. Voor het eerst eens niet alleen antieke mensen. Ze verkopen inheemse producten, geen koud drinken.

Door naar Saint-Jean-de-la-Blaquiere. Ondertussen rekensommetjes. Gisteren halverwege de dag nog 1.556k naar Santiago, 48 gelopen en vandaag ook weer meer dan 40… De enige aanvaardbare conclusie is dat ik slecht ben in rekenen. In het dorp water halen bij een oude man die zijn moeder van 91 dumpt bij een vriendin van ook die leeftijd. Ze kletsen honderduit tegen me. Dat er gites zijn, dat het pad mooi is, maar dat ze op hun leeftijd niet meer met me oplopen. Verstandig en ik druk hen op het hart dat ze gezien hun leeftijd vast een respectabel loopverleden hebben. Na drie flesjes ijskoud water weer doorrr…

14,8 kilometer naar Lodeve. Het gas erop. Ik wil er wel zijn. Lodeve zag er in mijn boekje en op foto’s uit als een ville ancien en medieval, wat toch beter klinkt dan een oud stadje. Het is een naargeestig, donker, sinister en verlaten oord. De energie is er niet goed, of was dat al duidelijk. Het begint met de sportwagen die hard optrekt in een bocht en piepend, zigzaggend over de weg knalt. Ik duik in een portiek voor het geval ze de controle verliezen. Zij vinden dat hilarisch.

De pizzeria is open. ‘Of ik hier op locatie kan eten?’ ‘Ja, dat kan. Tot 17 uur want ik heb net de pizzaoven uitgegooid.’ Het is drie over vijf. Alles maar dan ook alles is dicht. In de hele stad kun je niet eten.

Als ik een schoolplein oversteek vijf kerels die op hun motor, op het achterwiel rondjes om me heen gaan rijden met knetterend lawaai. Ik ben niet geïmponeerd. Ga pizza’s bakken, dan voeg je iets toe.

Gezwind maak ik mij uit de voeten, weg uit dit verfoeide oord. Net buiten de stad mijn B&B. Volgens Booking.com  ligt hij achter een muur aan een drukke Nweg (ja hehe). Ik baan me een weg om de muur. Drie kilometer muur. Één bel maar huisnummer en naam kloppen niet. De bel doet het niet. Het telefoonnummer op Booking.com  doet het ook niet.

Ik probeer zelf het adres en blijk nog 200 meter verderop te moeten zijn. Zo komt een pelgrim aan zijn kilometers. Ik sta voor een immense witte poort die traag opent als ik aanbel.

Een pittig dametje staat me te woord. Waarom ik een gigantisch tweepersoonsbed wil? Geen idee, je kon alleen per creditcard reserveren. Die van mij deed het niet dus mon papa en vriendin deden dat en kozen wijselijk voor een groot bed. Zij doet het van de hand en ik mag het met een smal ledikant doen. Ook prima, elk bed ligt na zo’n dag als een hemelbed. TV is er niet en er is ‘mountainwifi’.

Aangezien ik niets te eten kon halen, is enige creatieve inbreng vereist. Ik eet zoete madeleines met brie en chocolade met chips toe. Een godenmaal voor de pelgrim. Morgen bij het ontbijt maar bijeten.

Dat ontbijt is een hete croissant met een stuk stokbrood, een kan koffie en jus. Madame staat ondertussen de helft van de tijd te steunen en piepen want blijkbaar wordt de creditcard van papa ook geweigerd. Ik pin. De andere helft gaat ze om me heen haar woonkamer dweilen. Dat is ongeveer hetzelfde als een groot bord voor me houden met ‘ophoepelen’. Zoals gezegd heb ik weinig geduld, maar ik kan extreem langzaam koffie drinken als ik een blog tik. Heerlijke koffie trouwens, een goed begin van een dag.

Eén opmerking over 'Rennen met steenbokken en pijnlijke pootjes'

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: