Hoogste punt van de tocht en de vraag naar het waarom.

21 oktober. Dag 67. bushokje Valloire – Mas de Blais appartement Briancon 51k. Totaal 2.570,5k.

Al 67 dagen en ik onderweg. Inmiddels meer dan 2.500 kilometer. Ik ben op zoek naar inzichten, naar antwoorden. Vorig jaar is mijn leven zoals het was ingestort. Alle veilige fundamenten vielen weg; relatie, werk, huis, stad, alles. Dit is daarmee een tocht van duiding, weer begrijpen waarom de aarde rond is en de dingen gaan zoals ze gaan.

De vraag is of dat lukt. Ingewikkeld. Ik filosofeer, lees, denk, voel, maar mis de echte verbinding. Elke dag is gaaf, maar ik ben niet meer in staat te voelen zoals voorheen. Noem het afgestompt. Of gesloten. Of kapot. Misschien is er iets kapot gegaan. Kan ik er niet meer goed bij. Ik heb zoveel pijn en verdriet gehad een jaar lang dat ik mijzelf heb opgedragen naar Santiago te rennen. Alleen. Om de verbinding met mijzelf terug te vinden. Ik vind het allemaal heel ingewikkeld. Het lukt nog niet echt. Ook niet na zoveel landen en dito kilometers. Misschien komt het. Psychologisch gezien kom je na drie maanden los van thuis. Ik ben nog maar 65 dagen weg.

Vandaag was een hoogtepunt. Letterlijk. Ik passeerde de Col du Galibier die met 2.642 meter het hoogste punt vormt van mijn route.

De nacht in het bushokje was wederom belabberd. Of zoals vriend Niels zei aan de telefoon: Ik kan me niet heugen ooit met kamperen echt vast geslapen te hebben. In ultraloopland is liggen rusten, je hoeft niet te slapen. Ik heb niet geslapen.

On half zes vertrek. De hele nacht heeft het af en aan geregend. Dat is in de ochtend niet meer het geval. Terecht, het is al een maand droog, kun je niet zomaar omgooien.

Valloire spookdorp verlaat ik door de wolken in te lopen. Een vreemde gewaarwording; grijze wolken met daaronder een te gele gloed van herfstbomen gecombineerd met straatlantaarns. Een geelgrijze zone waarin ik voortzwoeg. Ik passeer chalets met ramen waarachter slaperige mensen met broodjes en koffie in de weer zijn. Jaloerse blikken van mijn kant. Zouden ze gelukkig zijn, een thuis ervaren? Ik loop er van weg, er boven uit.

Mijn weg voert me omhoog, weg van alles. Bewust kies ik de weg om eens te ervaren wat tourrenners meemaken. De vraag is of ze zo bewust als ik iedere helling en bocht meemaken. Op het asfalt alle namen. Heroïsche sensaties, wielrennen sport van het volk. Jonge kerels met twintig kilo minder gewicht dan ik vechten zich hier omhoog. Gladiatoren in de arena. Kan niet gezond zijn. De Col is niet hoog, hij is onmenselijk. Het is ijskoud en ik heb terugblikken naar expedities in Groenland en IJsland met Paul. Hier mag je niet omhoog fietsen als het weer slecht is. Kranten zijn te futiel.

Urenlang ploeg ik voort. Bij herberg La Poutre vier schaapherders die hun schaapjes drie trucks injagen. Ze hebben verweerde koppen. Ze zijn niet uit een baarmoeder gekomen, maar uit een grot gerold, hier op hoogte. Ik zeg vriendelijk bonjour. Ze lachen me uit. Van hen kan ik het hebben. Ze leven in deze contreien, ik ben slechts stoere voorbijganger.

Bij iedere meter stijging meer vergezichten. Dit is een machtig gebied. Het is 16 kilometer van mijn bushok naar de col en ik ben aardig gesloopt als die col aan mijn voeten ligt. De weg naar de top is barree, ofwel gebarricadeerd. Daar heeft deze jongen volstrekt lak aan. Dit is het hoogste punt van mijn tocht van 5.000 kilometer. Ik lunch op een muurtje naast de tunnelpoort. Hier zou ik doorheen moeten. Ik vind echter een trailtje omhoog en daar staat niets. Ik ben snel boven.

Op 2.642 meter bellen met Marcel. Wij liftten hier eerder. Twee soldaten namen ons aan boord als ballast, dan lag de auto beter in de bochten. We waren snel beneden. Marcel staat in zijn thuiskantoor en moet het kwijl van de mond vegen bij de aanblikken. Bij mijn vader en vriendin hetzelfde verhaal. Ze kijken niet naar mij, maar achter me.

Ik ben hier. En eenieder die ik spreek wil hier zijn. Ik krijg talloze reacties. Het lijkt alsof ik iets doe waardoor mensen op kantoor door kunnen. Tegelijkertijd zoek ik naar mijn redenen en twijfel en zoek en ben verdrietig.

Waarom? Waarom doen we de dingen die we doen? Wat maakt ons gelukkig? Wat drijft ons? Waarom doe ik dit? Waarom blijf ik maar gaan? Elke dag voel ik spirit en gretigheid… het wordt opgeheven door twijfel en de vraag naar het waarom?

De afdaling verloopt, of verrent zo je wilt, voorspoedig. Omhoog strijden, omlaag loslaten. Na 48 kilometer dient het appartement in de buitenwijken van Briancon zich aan. Ik boek twee dagen. Ik moet aan de lader. Ik moet herpositioneren. Waar doe ik het voor? Het helpt niet dat de stop van het bad een gat heeft. Het duurt exact drie minuten en dan is hij met sporttape tot een waterdichte plug omgetoverd. Deze jongen gaat in bad.

Morgen pas op de plaats. Resteert de vraag: Waarom doe jij de dingen die je doet?

3 gedachten over “Hoogste punt van de tocht en de vraag naar het waarom.

  1. Zoals je zelf al aan geeft duurt het een maand of drie voor er rust komt, en je bent pas op dag 67. Gewoon doorgaan en genieten wat er op je pad komt. Vooral niet gaan jagen om jezelf te vinden. Dan lukt het niet, als de tijd er rijp voor is komt het vanzelf.
    Even kalm aan en een pas op de plaats. En vooral de blog bijhouden want ik lees ze graag. Succes!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: