Pelgrimeren a la grace de dieu en de Col du Telegraphe bedwongen

20 oktober. Dag 66. Hotel le grand Chatelard Sainte-Marie-De-Cuines – bushokje Valloire 40k. Totaal 2.519,5k.

Een heerlijke nacht aan de lader doet veel goed. Het gordijn open en een strakblauwe lucht met een klein najaarswaasje doet nog meer goed. Een panorama van 360 graden Alpenreuzen waaronder de Glandon en de Madeleine doet kwijlen en opschieten.

Ik ren naar beneden en vreet het volledige ontbijt weg; acht stuks brood met jam, drie stuks fruit, twee stuks yoghurt, café au lait, een kan jus en bijna het tafelkleed. De bergen geven me kracht, kommadoorrr…

Eenmaal buiten word ik aangeschoten door een kerel in versleten kleding. Eerst ben ik achterdochtig maar hij toont een kruisje om de nek. Hij is de lokale diaken. De eigenaresse van het hotel heeft verteld dat ik bij haar logeerde. Hij wil graag een foto van me maken en een stuk schrijven voor het Franse magazine Pelegre. Of dat mag? Ja hehe!

Ik stap zomaar bij deze vreemde aimabele man in de auto. Hij racet naar La Chambre, een dorp terug, want daar heeft hij een stempel voor me. Tevens laat hij me de kerk zien en voor de deur maakt hij een foto.

Dan gaan we het pand er tegenover binnen. Hij is helemaal hyper en gooit een deur open. Blijkbaar het secretariaat van de kerken en vier dames kijken verschrikt op vanuit een klein hok. Ze dragen alle vier een mondkapje en nog net geen haarnetje. Hun vingers tikken onophoudelijk op toetsenborden maar vriendelijk zeggen ze me gedag, waarna de deur weer dichtgaat. De korte aanblik doet me – enigszins ongepast – denken aan een cocaïnelab uit maffiafilms.

Hij sleept me een andere kamer in en tovert zijn stempel tevoorschijn. Tof, mijn eerste stempel in Frankrijk, ik zit niet op een officiële route. Als ik mijn volle en halfvolle paspoort tevoorschijn haal, spreidt hij ze uit over de vloer en gaat door de knieën om foto’s te maken. Daar maak ik dan weer een foto van. Beide zijn we helemaal enthousiast.

Hoe mooi kan een dag beginnen? Hij rijdt me terug naar mijn krijtstreepje en praat honderduit. Hij verontschuldigt zich voor zijn kleding. Hij is aan het klussen en doet veel met jongeren. Het dal hier is het langste van de Franse Alpen met 130 kilometer en Napoléon en zijn leger trokken hierlangs en sliepen in Saint-Jean-De-Maurienne. Hij vertelt het met stuiterbalogen alsof hij er zelf tussen liep.

Bij afscheid schudt hij me hartelijk de hand en volgens hem was het een ontmoeting a la grace de dieu, mogelijk gemaakt door God. Zo voelt het wel. Weer een prachtig mooi mens op mijn pad. Later reageert Frank op mijn website:

Bonne route cher Jean. Que le Seigneur te garde ! Franck, diacre, rencontré ce matin par hasard alors que tu quittais le village de SAINTE MARIE DE CUINES. Mais le hasard, ne dit-on pas que est Dieu qui se promène incognito
Que la route est belle qui va vers autre.

Het betekent als ik goed heb opgelet bij de Franse les: Goede reis, lieve Jean. Moge de Heer over je waken! Een bericht van Franck, de diaken,  die je vanmorgen bij toeval ontmoette toen je het dorp SAINTE MARIE DE CUINES verliet. Maar toeval? Wandelt God niet incognito met je mee? Hoe mooi is de weg die naar anderen gaat.

Kijk, en daar word ik dus blij van. Totaal opgeladen ren ik weg om pas in Saint-Jean-De-Maurienne, tien kilometer verder, te stoppen. Napoléon sliep hier, ik vreet me vol bij de McDonalds. Een BigMacmenu en nuggets die ik naar binnen ram. Eten moet ik.

Dat betreur ik iets verderop als ik een wandelpad omhoog neem naar skigebied Les Karellis, honderden meters hoger. Het pad is een S-bocht. Één bocht van kilometers. De ranzige frites mag ik meermaals herproeven en de nuggets komen uit mijn niet-elastische oren.

Eenmaal boven hobbel ik door naar Albanne. Het begint hier adembenemend mooi te worden. Een kom met een 360 graden panorama van sneeuwtoppen. Doe het kinnetje iets omlaag, herhaal het rondje en zie nog een panorama van felgekleurde bladeren, Indian Summer tot de derde macht. Dit zijn de momenten waar je het voor doet. Maandenlang zwoegen en dan soms valt alles op zijn plek en loop je zingend door een sereen hooggebergte met de tranen in je ogen.

Neuriënd banjer ik de laatste zeven kilometer naar Valloire. A la Grace de dieu. Maar dan een bord: Ferme! Er is hevige steenval en de weg is afgesloten. Dat is op zijn zachtst gezegd een drama. De bergketen hier wordt van noord naar zuid doorsneden door een diep ravijn met een wildstromende rivier in de diepte. Als ik niet door mag, zou het betekenen dat ik naar beneden mag om de rivier ergens te doorsteken, wat waarschijnlijk betekent 1.000 meter afdalen naar het dal en dan de hoofdweg aan de andere kant naar Valloire pakken.

Dikke aanplakbiljetten van Le Marie, de burgemeester. Alles in eloquent Frans (want zo zijn ze). Ik zie met name voitures, auto’s, en besluit te doen of ik gek ben en geen Frans spreek. Terug kan altijd.

Niet veel verder zit ik in een serie van National Geographic over de Great Himalayan Roads, van die vertikale wanden van duizenden meters waar ze met houtjes en touwtjes een weg in hebben gefabriceerd. Grote borden waarschuwen voor steenslag. De weg toont geen gekke dingen, dus gas erop. Niet veel verder is de zone gepasseerd en is het nog twee kilometer naar het dorp. Een helmpje was voor de schijn aardig geweest.

De volgende barricade is een groep onwelwillende koeien die door moeder en zoon naar een hogergelegen weide worden gedreven.  Ik voel me een storende factor en blijf op afstand, naast me één koe die de massa voor was en al boven is. Samen slaan we het schouwspel gade. Dat heb je altijd, de rebel, de early adpoter, zelfs bij koeien. Ik voel een band met deze rebelse koe.

Moeders jaagt de koeien met vuur omhoog en ik kan verder kuieren. Niet veel later kom ik binnen langs de camping. Hier stond ik misschien wel tientallen jaren terug met Marcel. We liftten een maand door de Alpen. Een dame met rode Chrysler-jeep dumpte ons hier. Vast een moeder die kroost naar school had gebracht. Wat ik herinner is dat wij, twee ventjes van twintig, met rugzakken op de achterbank zaten van beige leer en er was nog heel veel ruimte over.

Nu is die camping dicht. Ik bel aan bij het huis ervoor en leg uit dat ik een pelgrim ben en graag mijn tent wil neerzetten. De dame in kwestie woont er wel maar beheert de camping niet. Ze wijst naar de tennisclub en adviseert me de tennisleraar te vragen of ik in het clubhuis mag slapen. Bruin plan.

De gespierde tennisleraar staat zijn laatste twee vrouwelijke discipelen te entertainen en ik interrumpeer duidelijk. Gelukkig geeft hij het een draai want flamboyant wijst hij me het voorportaal van het clubhuis waar ik kan slapen in de regen én er is nog een klein chalet dat ik kan gebruiken en waar ik gewoon in kan gaan liggen. Fijn lefgozer! Ik leg uit dat ik een pizza ga verorberen en dan terug kom.

Dat blijkt een illusie. Heel Valloire is dicht. Het spookdorp der spookdorpen. Een kleine supermarkt is wel open en daar koop ik chips, vla, chocolade, een salade, cola, mueslirepen, eigenlijk alles om mij te vullen.

Hoe bizar dat het tourist office wel open blijkt. Waar verwijs je toeristen dan naartoe? ‘Welkom, alles is dicht!’ Ik moet denken aan vriend Carlo die een aantal jaren in Guillestre woonde, twee looodagen verderop. Hij vertelde me over de tussenseizoenen, als alle toeristen weg zijn. Hij had het gevoel dat de wereld hier stopte met draaien terwijl hij in Nederland vrolijk verder stroomde. Uiteindelijk lijkt werken en wonen in een skigebied romantisch ideaal, maar een spookdorp is maar niks.

Ik krijg mijn tweede Franse stempel en ze attendeert met op twee open restaurants. Ze zijn dicht. Alles is dicht. Bij Pizzeria Don Camino automaten voor afhaalpizza’s. Ik begin te kwijlen. De ene automaat doet het niet. Bij de andere zijn de pizza’s uitverkocht. Ik krijg  de slappe lach. Heel hard. En maak er een selfie van.

Inmiddels heb ik vele slaapplaatsen. Dit hele dorp is een slaapplek. Ik prefereer het chalet met daarin twee automaten waar je skipassen kunt kopen. Enerzijds omdat het kan, anderzijds omdat ik vermoed dat het er rustig is. Dan vind ik echter een bushokje dat heel diep is en met een deuropening, dus geen open voorkant. Dat is vast de warmste optie dus daar nestel ik me. 

Ik probeer om de drie dagen een hotelletje te nemen om op te laden. En op te warmen. Dat is inmiddels tijdelijk om de dag vanwege de kou op hoogte. Meer laat het budget niet toe. Gelukkig wordt het vannacht door bewolking en regen niet zo koud, slechts minus één en dat is prima te doen. Ben zeer content met mijn hutje! A la Grace de dieux!

Na de ontmoeting van vanochtend zit het goed met de persaandacht. Ik kom in het Franse Pelegre. In de decembereditie van de wandelkrant Te Voet staat een artikel over pelgrimeren. Vandaag een artikel over hardlopen in de bergen geschreven voor Mountainreporters.com. morgen een artikel voor Salt Magazine schrijven. Zo blijft u op de hoogte…

Speciaal bericht voor de buurvrouw van mijn vader en zijn vriendin: lieve Cobi, wat leuk dat je iedere dag mijn blog leest en zo meereist. Ik vind het hip voor iemand die 88 is! Ik zal in Santiago een kaarsje voor je branden! Als ik in Finisterre aankom, stuur ik je een kaartje.

Morgen de gevreesde Col du Galibier, man wat heb ik daar zin in!!! Ik lust hem rauw.

5 gedachten over “Pelgrimeren a la grace de dieu en de Col du Telegraphe bedwongen

  1. Pas op voor de kilometers na Valloire tot aan het bruggetje over de rivier. Die lopen zeer geniepig op, maar dat zie je niet omdat ze door een weide-landschap lopen. Je voelt het wel degelijk kan ik me herinneren. 💪

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: