Na belabberde bushokjenacht begint pelgrim aan befaamde alpencols

19 oktober. Dag 65. Bushokje les Violettes – Hotel le grand Chatelard Sainte-Marie-De-Cuines 41k. Totaal 2.470,5k.

Mijn bushokje is een knus chalet met schone betonplaat eronder. Ideaal, alleen jammer dat er in het donker een busje stopt dat er een flitslamp voor zet met het bord wegwerkzaamheden. Ik zit in alle rust in mijn slaapzak te lezen en denk eerst dat het politie of beveiliging is. Als ze verdwijnen, flitst het. De hele nacht. Ook is het volle maan. En auto’s passeren zo nu en dan. Bushokje in de disco.

Ik heb niet echt geslapen als ik wakker word. Ik word ook niet echt wakker dus. Vroeg op pad. Ik volg dezelfde weg die me vanaf het stadje Pontcharra omhoog voerde naar dorpen met klinkende namen als Presle, Le Chateau, La Table Le Villard, voordat ik in Bourget- en-Huile een doorsteek van het bos maak om later dezelfde weg weer op te pakken.

Bij de eerste bocht ben ik het pad kwijt en kruip door hoog nat gras en door een watertje om het bij een verlaten boerderij weer op te pakken. Ik volg een gravelweg door het bos en met iedere stap ga ik hoger en kruip ik de herfst in. De kleuren zijn oogverblindend. Geel dat vlamt voor je ogen, rood dat bloed doet vermoeden en overal waar je kijkt kastanjes.

Wrang dat ik net op Netflix de Scandinavische serie Kastanjeman kijk. Bij iedere lugubere moord wordt een kastanjepoppetje achtergelaten. Hier is het een kruip-door-sluip-door van de gevallenen. Als granaten storten ze door het bladerdak op je neer. Her en der zitten mensen ze te poffen op vuren. Ik heb enkel prikkers in schoenen en sokken en peuzel er zo nu en dan eentje op.

Als ik eenmaal midden tussen de verlaten weg en het weer op te pakken stuk ben, stopt mijn pad. Dat is naar. Volgens Google is het nog 2,6 kilometer. Ik weiger terug te gaan. Santiago is mijn doel, voorwaarts!

Met twee stokken vecht ik me door de Bush. Dikke keien, overhangende takken, spinrag in mijn muil, nat tot boven de knie, braamstruiken die me doen struikelen en de zwijnen hebben alles omgespit. Meter voor meter vecht ik me voorwaarts. Ook de morbide gedachte dat als ik hier instort, men mij niet snel zal terugvinden. Niet doen dus maar.

Na een uur worstelen met moeder natuur pak ik de weg weer op. Nog 700 meter naar de Col du Grand Cucheron op 1.188 meter. De pas ligt in het noordelijke gedeelte van het Belledonnegebergte en verbindt de Mauriennevallei met de Isèrevallei. Eenmaal boven een picknicktafel in de zon. Even een reep chocolade en de warmte op me in laten werken. De ochtendklim verliep in luwte. Vanaf nu mag ik weer door met de zon pal in de snufferd.

De weg zigzagt met haarspelden, ik ren via een rechtstreeks pad de steile helling af naar La Corbiere. Sinds gisteren heb ik een nieuw spiritueel dier op mijn pad. Na naaktslakken, eekhoorns en rode wouwen zijn het nu hagedissen die voor me wegschieten.

De vallei is prachtig en het begint te lijken op de majestueuze kammen en valleien zoals ik die ken van Briancon en zuidelijker. Ik mag voortschrijden in een vallei met scherpe beboste hellingen die steil omhoog rijzen. Het dal wordt met de stap smaller en donkerder als ik van Epierre naar La Chapelle naar Saint Remy de Maurienne loop.

In dit laatste dorp mijn enige post voor herbevoorrading. Tussen de autobanden en motorolie bij een tankstation een koelkast met Orangina… Och hemels bocht dat ik nog ken uit een vergane jeugd toen we ieder jaar een maand kampeerden bij Bordeaux en dit mijn lievelings drankje was. Ik lebber twee flesjes leeg en de dame achter de kassa kijkt meelijdend naar deze sneue afgefakkelde pelgrim.

Ik heb een kleine hotelkamer geboekt in Sainte-Marie-De-Cuines. Voordien haal ik vlak voor het hotel versnaperingen en vocht zodat ik de kamer niet meer af hoef. Na een gebroken nacht en lange dag van 41 kilometer wil ik alleen maar liggen aan de lader. Tussendoor douche ik en met mijn laatste krachten giet ik warm kraanwater op de couscous-expeditiemaaltijd van Xfood.nl (dank je wel Derek-Jan) die ik in het warme, zachte bed opsmikkel.

Ik ben kapot. Omdat er regen aankomt, sla ik Italië hier even over en kies morgen voor de de befaamde Col du Télégraphe, een bergpas bekend vanwege etappes in de Tour de France. Daarna volgt de noordkant van Col du Galibier. De combinatie van deze twee cols maakt een etappe zeer zwaar. De meeste renners proberen dan ook hun krachten op de Col du Télégraphe te sparen.

Deze pelgrim heeft weinig krachten te sparen en staat met de tong op de knieën voor de eerste col. Maar klagen doet hij niet. Al een maand doorkruist hij bergen zonder een druppel regen. Deze pelgrim gaat met zijn tocht de boeken in als de grootste mazzelpelgrim van het westelijk halfrond. En hij mag daarna nog de col d’Izoard en de col de Vars. Jipje jipje!

Eén opmerking over 'Na belabberde bushokjenacht begint pelgrim aan befaamde alpencols'

  1. Bonne route cher Jean. Que le Seigneur te garde ! Franck, diacre, rencontré ce matin par hasard alors que tu quittais le village de SAINTE MARIE DE CUINES. Mais le hasard, ne dit-on pas que “c’est Dieu qui se promène incognito” ?
    Que la route est belle qui va vers l’autre.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: