2 juli. Dag 93. 85 done. 197 togo.
85. Geal Charn (926 m), white hill
We zijn beide laat wakker want moe van de afgelopen dagen. Een powerbreakfast van fruit met yoghurt en niet één, maar twee keer gebakken ei, bonen, worsten, spek en scrambled egg wakkert klimdrang aan.
We rijden 36 minuten naar Gava Bridge achter Laggan over General Wade’s military road. Deze weg voert ons van de hoofdweg diep de bergen in en we komen dan ook slechts één andere auto tegen. De weg werd oorspronkelijk aangelegd als pas tussen het dal waar wij vandaan komen en de Great glen, het dal dat Schotland doormidden snijdt van fort wiliam naar Inverness. We parkeren voor de brug om van daar de Geal Charn aan te vallen. Dit is een van de Monathliath Munro’s die afgelegen ligt ten opzichte van de anderen.
Het weer is onstuimig. Ik moet even schakelen. Toen ik twee weken geleden uit Schotland vertrok was het 32 graden. Twee maanden was het relatief stabiel weer, blauwe luchten met zo nu en dan wind of regen, maar zelden beide. Dat verandert vandaag.
Ik heb de illusie dat het nu hoogzomer is en visioenen van lange dagen met veel bergen in de zon. Ik weet natuurlijk beter en ook het weerbericht doet anders vermoeden en spreekt over arduous weather and significant windchill and westerly winds approaching gale force.
De definitie van arduous is aardig: involving or requiring strenuous effort, difficult and tiring. Ook de synoniemen laten weinig twijfel: laborious, burdensome, gruelling, intolerant en nog 25 andere woorden. Een waardevolle les Engelse woordjes voor de duursporter.
Aldus gaan we met full gear op pad. Onze tocht is maar 625 meter klimmen door een vallei, langs een riviertje. Het duurt niet lang alvorens we alles aan hebben: truien, het zware regenjack, regenbroeken, mutsen, buff en handschoenen. Desalniettemin heb ik het gewoon koud. Het weerbericht zei ook dat het zou aanvoelen als minus vijf ondanks de hoge temperaturen. Kate twijfelde daaraan; ik geen seconde. Ik had gelijk.
We klimmen over relatief saaie grasvelden die door het gidsje worden omschreven als een vast featureless plateau. Dit is gewoon met stip de saaiste Munro. We worden ondertussen gegeseld door koude winden, buien ronselen onze koppen, mijn voeten zijn ijskoud, mijn halve hoofd gevoelloos, kwijlslierten slaan me langs de wangen.
Op het hoogste punt (niet hoogtepunt) zijn mijn handen zo koud dat ik mijn handschoenen wil aandoen. Ik heb ze echter te heet gewassen en ze moeten zich weer even zetten. Alleen met het grootste geweld krijg ik ze om mijn vingers gerukt. Dit is Schotland, het land van vijf seizoenen in één dag. Het ene moment is de hemel blauw en jagen wolken ons voorbij, het volgende moment is alles grijs en zie je geen hand voor ogen en kletteren de druppels metangstewekkend lawaai op onze jacks. Secondenwerk. Het is geen enkel probleem om met deze onstandigheden in de problemen te raken. Onderkoeling is de grootste factor. Rillend drinken we koffie op de top. De gids sprak van een massieve cairn. Dat is het geval en we gaan tegen elkaar achter het ding zitten om de wind te ontduiken.
Voor mij Munro 85, voor Kate de eerste, maar zij heeft al 115 Wainwrights beklommen in het Lake District waar ze woont. Ik feliciteer haar met de illustere weersomstandigheden waaronder ze haar Munro-maagdelijkheid verliest. Ik was hier eind maart al maar de combinatie van factoren maakt vandaag de raarste dag qua weer. Truly arduous.
Eenmaal beneden drinken we koffie op twee stoeltjes naast de auto. We hebben niet echt plannen maar hier wildkamperen is een optie. We besluiten eerst de smalle weg af te rijden tot het eind en te kijken waar we uitkomen. Een reconnaissance-expeditie, door Kate een Recky genoemd.
Niet veel later een brede groene vallei waar de rivier doorheen meandert met daarnaast een oud dennenbos. Kate stopt de auto. Een volledige roedel herten steekt in ganzenpas de rivier over, grote herten met immense geweien en kleintjes. Soms stoppen ze en kijken alert naar ons met de oren gespitst. Ademloos staren we naar elkaar, twee werelden in één vallei.
Dit is de plek waar we de auto neerzetten met de achterklep naar de rivier. Alles gaat voorin en we slapen achter met onze matten en slaapzakken van RAB. We eten chili non carne van de brander met vruchten uit blik, misosoep en rode wijn. De hele avond zwerft de hertenkudde om de auto terwijl het af en aan regent. De wind buldert tegen onze veilige cocon. Het is geen straf om vanavond in de auto in plaats van de tent te slapen. We lezen en kijken film en als we dat zat zijn kijken we herten op deze idyllische afgelegen plek. Schotland, wat ben je ruig vandaag.












Geef een reactie op Jan Fokke Oosterhof Reactie annuleren