Er staan vijftien bakken verse olijven naar me te lonken.
Ik ben verloren.
Glanzend, kruidig, onweerstaanbaar. Ik dwaal door de stad en ben net een nieuwe megasupermarkt ingerold, maar de uitkomst stond al vast. Mijn olijvenobsessie is geen grap. Het haalde ooit zelfs een pubquiz:
Wat eet Sanne als ontbijt?
A. Muesli
B. Olijven met feta en tomaat
C. Boterham met kaas
Vroeger kon ik eindeloos verdwalen in een Franse supermarkt. Nieuwe theesmaken, kazen die je thuis nooit vindt, het voelde als een kleine reis op zich. Maar hier, in Marokko, is het anders. De geuren zijn intenser. Alles komt harder binnen.
Ik blijf hangen bij rijen met delicate theeglazen, elk setje mooier dan het vorige. Ik wil de kleurrijkste meenemen. Maar zelfs als ze de vlucht overleven, weet ik hoe het gaat: thuis verdwijnen ze ongebruikt in de kast. Sommige dingen verliezen hun magie zodra je ze verplaatst.
Als ik richting het centrum loop, kruisen blikken die iets van herkenning dragen. Een opgetrokken wenkbrauw, een glimlach die net iets te veel zegt. Alsof we onderdeel zijn van een stil verbond dat zich langzaam vormt.
Jij ook?
Ja, ik ook.
De afgelopen dagen is de stad veranderd. Waar eerst sneakers en djellaba’s het straatbeeld bepaalden, verschijnen nu steeds meer hardloopschoenen. Strakkere shirts. Blikken op oneindig. De Marathon des Sables sluipt de stad binnen, zonder aankondiging, maar onmiskenbaar aanwezig.
Misschien is dit hoe een dorp voelt.
Als Amsterdammer was ik gewend aan anonimiteit. Fijn, vaak. Maar ook afstandelijk. Eenzamer dan ik wilde toegeven. Spontane ontmoetingen waren zeldzaam.
Hier gebeurt het vanzelf.
Hier word ik aangekeken.
Herkend, zonder woorden.
Alsof de woestijn ons al naar elkaar toe duwt, nog voordat we er überhaupt zijn.
Ik voel het onder mijn huid.
Een lichte spanning, vermengd met nieuwsgierigheid.
En ergens tussen die vijftien bakken olijven en die ene blik op straat besef ik:
dit gaat niet alleen een race worden.
Dit wordt een verhaal.



Plaats een reactie